Lage energiewoning
Lage energiewoningen zijn energie- en milieusparende woningen.
In een lage energiewoning zijn de verwarmingskosten ongeveer de helft van die van een gemiddeld gezin. Zo bespaart een gezin in een lage energiewoning gemiddeld zo'n 500 euro. De meerkost bij het bouwen is zo vlug terugverdiend, terwijl het comfort duidelijk verbetert.
Een lage energiewoning heeft meestal een E-peil van 60. Dit E-peil geeft de energieprestatie aan. Een lage energiewoning heeft een goed geïsoleerd dak (20 cm dikte ), goed geïsoleerde muren en vloeren (10 cm dikte), hoogrendementsbeglazing, verwarming op lage temperatuur en gecontroleerde ventilatie. Op die manier is de woning warm in de winter en koel in de zomer.
Belangrijke punten bij een lage energiewoning:
- Een lage energiewoning is zo energiezuinig mogelijk georiënteerd. Ideaal is een noord-zuidoriëntatie.
- Een lage energiewoning heeft ook een compact bouwontwerp.
- Verder is er een doorgedreven isolatie en is de woning zo luchtdicht mogelijk.
- Voor de aanvoer van verse lucht is een ventilatiesysteem voorzien, eventueel met warmterecuperatie.
- Ook de verwarming is energiezuinig, eventueel met warmtepomp.
- Het elektriciteits- en waterverbruik worden zo laag mogelijk gehouden door het gebruik van energiezuinige apparaten en energiezuinige verlichting.
- Zonne-energie kan gebruikt worden voor elektriciteit of warm water.
De stad en de netbeheerder geven een premie voor de nieuwbouw van een lage energiewoning.